Minister Aartsen van Werk en Participatie heeft een wetsvoorstel gepresenteerd dat de regels voor zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en hun opdrachtgevers moet verduidelijken. De nieuwe Zelfstandigenwet moet in 2028 ingaan en beoogt een einde te maken aan jarenlange onzekerheid over de vraag wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer sprake is van een dienstverband. Het voorstel ligt nu ter consultatie en moet nog worden besproken in de Tweede en Eerste Kamer.

De wet legt voor het eerst positief vast waaraan een zzp'er moet voldoen. Zo moet een zelfstandige ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer en een zakelijke rekening hebben en facturen versturen. Ook mag een opdrachtgever in principe niet voorschrijven waar, wanneer en hoe het werk wordt uitgevoerd. Daarnaast geldt de eis dat een zzp'er in twee jaar tijd minimaal drie verschillende opdrachtgevers moet hebben. Verder wordt nog gesproken over een verplichte financiële buffer, bijvoorbeeld voor pensioen of arbeidsongeschiktheid. De hoogte daarvan is nog niet vastgesteld; de minister wil daarover in gesprek met zzp'ers.

Aanleiding voor de wet is de al jaren slepende discussie over schijnzelfstandigheid. Ooit was er de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR), die in 2016 werd afgeschaft. Daarna stopte de Belastingdienst tijdelijk met het controleren van opdrachtgevers, waarna het aantal zzp'ers snel groeide. Verschillende kabinetten probeerden schijnzelfstandigheid tegen te gaan, waarbij werd verwezen naar het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad. Daarin staan negen criteria om te bepalen of iemand werknemer of zelfstandige is. Per 2025 wordt weer gecontroleerd op schijnzelfstandigheid. Veel opdrachtgevers, waaronder zorginstellingen, overheden en ict-bedrijven, zijn het afgelopen anderhalf jaar terughoudender geworden met het inhuren van zzp'ers.

Nederland telt ruim een miljoen zzp'ers. Tientallen van hen hebben via de internetconsultatie op het wetsvoorstel gereageerd. Meerdere zelfstandigen noemen de eisen niet realistisch, vooral de verplichting van drie opdrachtgevers in twee jaar. Zzp'ers in de ict werken vaak langdurig aan hetzelfde project en zeggen niet aan die eis te kunnen voldoen. Belastingadviseur Boris Emmerig merkt dat vooral opdrachtgevers met vragen zitten. «Zij vragen zich af: wat betekent de wet concreet, hoe zeker is het dat dit doorgaat en vooral: wat moet ik doen?», aldus Emmerig. Veel bedrijven hebben het afgelopen jaar nieuw inhuurbeleid ontwikkeld en zullen dat moeten aanpassen, wat extra werk oplevert.

Toch is er ook bijval. Erik Ziengs, voorzitter van Ondernemend Nederland (ONL), noemt het voorstel «een hele goede stap». Hij vindt het positief dat de positie van de zelfstandige nu eindelijk duidelijk wordt gedefinieerd. De eis van drie opdrachtgevers in twee jaar noemt hij realistisch. Niels van der Neut, universitair docent arbeidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, adviseert zzp'ers en opdrachtgevers om rustig af te wachten en bij twijfel de Deliveroo-criteria te raadplegen. Die blijven ook na invoering van de wet van belang.

De vraag is of de wet echt meer duidelijkheid brengt. Van der Neut betwijfelt dat. «De minister zegt: de nieuwe wet is een veilige haven. Dat klopt maar deels: het is een haven waar je elke dag opnieuw doorheen moet varen», zegt hij. Als de situatie verandert, voldoet een zzp'er mogelijk niet meer aan de voorwaarden. Hij pleit voor een toets die gedurende een bepaalde periode geldig blijft. Ook Emmerig relativeert de veilige haven en wijst op het begrip «volwaardige opdrachtgever». «Wat is een volwaardige opdrachtgever? Zo'n woordje zorgt al direct voor vraagtekens en gedoe», aldus de belastingadviseur.

De verplichte buffer roept eveneens vragen op. Ziengs ziet er een teken van serieus ondernemerschap in, maar de invulling — via verzekering, beleggingen of vastgoed — moet aan de zzp'er zelf blijven. De minister houdt die ruimte open. ONL pleit daarnaast voor een opt-out: wie aantoonbaar voldoende geld opzijzet, zou niet ook nog een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) hoeven af te sluiten. Die AOV moet per 2030 ingaan. Of de buffer en de AOV elkaar gaan bijten, is nog onduidelijk.

Het wetsvoorstel moet nog door beide Kamers. Tot die tijd blijft de bestaande regelgeving gelden, inclusief de Deliveroo-criteria. Voor zzp'ers en opdrachtgevers betekent dat voorlopig vooral: alert blijven op de feitelijke werkrelatie en afwachten wat er in Den Haag gebeurt.

3Weergaven

Auteur

Politiek verslaggever

Sanne de Vries — politiek verslaggever, Kernblik.