Zeker negen mensen hebben dit jaar in Nederland het westnijlvirus opgelopen. Dat meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Vorige week stond de teller nog op drie besmettingen. De infecties vonden plaats in de provincies Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland en Zuid-Holland.

Een van de patiënten is overleden. Het gaat om iemand in de provincie Utrecht die ouder was dan 75 jaar en een onderliggende aandoening had. Het RIVM benadrukt dat de kans om in Nederland westnijlkoorts op te lopen nog steeds heel klein is.

Het westnijlvirus komt van nature voor bij vogels. De gewone huissteekmug kan het virus oplopen wanneer die zich voedt met het bloed van een besmette vogel. Vervolgens kan de mug het virus overdragen op andere vogels, zoogdieren en mensen. Besmetting van mens tot mens is niet mogelijk.

In oktober 2020 werd voor het eerst westnijlkoorts vastgesteld bij iemand die het virus in Nederland had opgelopen. Sindsdien doet het RIVM samen met andere organisaties doorlopend onderzoek naar het virus, dat in het buitenland al langer rondgaat. In Europa wordt het virus de afgelopen jaren steeds noordelijker vastgesteld.

Door de opwarming van de aarde worden ook andere muggensoorten in Nederland waargenomen. Zo zijn de gelekoortsmug en de Aziatische tijgermug hier al gesignaleerd. Voorheen kwamen deze muggen vooral voor in Afrika en Azië.

Volgens het RIVM heeft ongeveer 80 procent van de mensen die besmet raken geen klachten. Zo'n 19 procent krijgt griepachtige klachten. Bij ongeveer 1 procent ontstaan neurologische klachten. Vooral mensen ouder dan 50 jaar en mensen met een lagere weerstand hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden.

Auteur

Politiek verslaggever

Sanne de Vries — politiek verslaggever, Kernblik.