De kosten van het koningshuis komen volgend jaar uit op ruim 62 miljoen euro. Dat is een stijging van 1,3 miljoen euro ten opzichte van dit jaar. De toename komt vooral door hogere salariskosten, onder meer als gevolg van cao-verhogingen. Daardoor vallen ook de uitkeringen voor de leden van het Koninklijk Huis hoger uit.

De totale kosten van ruim 62 miljoen euro bestaan voor een groot deel uit de uitkeringen aan koning Willem-Alexander, koningin Máxima, prinses Amalia en prinses Beatrix. Die uitkeringen hebben twee componenten: een inkomen (A-component) en een onkostenvergoeding (B-component) voor onder meer personeel en materieel. Daarnaast zijn er de zogeheten functionele uitgaven, waaronder de kosten voor de Dienst van het Koninklijk Huis. Deze dienst ondersteunt de leden van het Koninklijk Huis in hun werk, met personeel als portiers, koetsiers, lakeien en koks.

Het koningshuis valt onder het ministerie van Algemene Zaken, maar niet alle kosten staan daar op de begroting. Bij andere ministeries staat in totaal nog eens 24 miljoen euro aan uitgaven. Het gaat bijvoorbeeld om staatsbezoeken die bij het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn ondergebracht. Ook bij Defensie is een kostenpost te vinden: het onderhoud aan de Groene Draeck, het zeiljacht van prinses Beatrix. Hoeveel het ministerie van Justitie en Veiligheid kwijt is aan de beveiliging van de Oranjes, is geheim.

Al jaren is er discussie over de uitkering die de Oranjes ontvangen, omdat zij daarover geen loon- en inkomstenbelasting betalen. Veel politieke partijen willen dat veranderen. Emeritus hoogleraar staatsrecht Paul Bovend'Eert legt uit dat die belastingvrijstelling al sinds de Grondwet van 1814 bestaat. «Om dat aan te passen is een grondwetswijziging nodig en dat is een ontzettend ingewikkeld en tijdrovend proces», zegt hij in de nieuwe NOS-podcast De Monarchie.

Een grondwetswijziging moet twee keer door zowel de Eerste als de Tweede Kamer worden behandeld. De eerste lezing vereist een gewone meerderheid: ten minste 76 zetels in de Tweede Kamer en 38 in de Eerste Kamer. Na verkiezingen moet de wijziging nog een keer door beide Kamers worden behandeld, ditmaal met een tweederdemeerderheid. Dat proces kan jaren duren.

In 2024 was er in de Tweede Kamer voor het eerst een tweederdemeerderheid voor een voorstel van D66-Kamerlid Joost Sneller om de koning belasting te laten betalen. Toenmalig premier Mark Rutte wilde daar niet mee aan de slag en schoof het voorstel door naar zijn opvolger Schoof. Die legde het ook naast zich neer.

Politiek verslaggever Jorn Jonker verwacht dat het onderwerp in december terugkomt tijdens de behandeling van de begroting van de koning in de Tweede Kamer. «Dan zal het er zeker weer over gaan of de koning belasting moet gaan betalen over zijn inkomen en dat er meer transparantie over de kosten moet komen», zegt hij. «Maar het is de vraag of er echt iets gaat veranderen. Dat gaat veel gedoe opleveren en is een langdurig proces.»

Binnen de huidige coalitie zijn de partijen het er niet over eens. Het CDA kijkt er anders tegenaan dan D66, dat van oudsher kritisch is op het koningshuis en de monarchie. Bovend'Eert vindt dat de Grondwet op dit punt gewijzigd zou moeten worden. «Je moet zo'n monarchie een beetje bij de tijd houden. De meeste mensen vinden ook dat dit zou moeten. Je behandelt de koning dan op dezelfde manier als iedere andere ambtenaar. Het is beter voor de monarchie om die meer toekomstbestendig te maken.»

Auteur

Samenleving

Lotte Jansen — samenleving, Kernblik.