Koning Willem-Alexander heeft in de troonrede opgeroepen de democratie te beschermen. «Democratie is geen platte rekensom, maar een mentaliteit die moet leven in ieder van ons», zei hij in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De rede werd namens de regering voorgelezen en markeert de opening van het parlementaire jaar.
De koning benadrukte dat democratie continu onderhoud vraagt. Hij wees op de traditie van gemeenschapszin in Nederland als «antistof tegen polarisatie». Mensen die zich als vrijwilliger of mantelzorger inzetten, dragen volgens hem bij aan het algemeen belang en maken Nederland sterker. Ook waarschuwde hij dat democratie niet moet worden versmald tot «het gelijk van de helft plus één».
Volgens Willem-Alexander is het belangrijk dat burgers erop vertrouwen dat politiek en overheid problemen echt oplossen. Dat is een opdracht aan parlement en kabinet om vaker «ja» te zeggen. «Niet de ophef van de dag moet leidend zijn», zei hij. De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dienstbaar zijn aan iedereen, vervolgde hij. Hij deed een oproep tot samenwerking aan partijen die geen deel uitmaken van de coalitie. Dat is niet verrassend, want de coalitie heeft geen meerderheid en is afhankelijk van de oppositie.
De koning somde een reeks problemen op die «al veel te lang vragen om een oplossing»: wonen, stikstof, democratie, het sociaal stelsel, veiligheid en klimaat. «De toekomst wacht niet op achterblijvers», zei hij. Wat betreft stikstof is het «de hoogste tijd» om de impasse te doorbreken, voor betere natuur en waterkwaliteit, maar ook voor boeren, die «duidelijkheid en een toekomstperspectief verdienen». Voor wonen kiest het kabinet een «pragmatische aanpak»: bouwen op plekken waar al infrastructuur is en meer prefab bouwen.
Asiel krijgt eveneens aandacht in de troonrede. «De samenleving moet het aankunnen», aldus de koning. De doelen zijn een lagere instroom, de opvang op orde en een streng uitzetbeleid. Er moet zoveel mogelijk rust rond dit thema komen. Het kabinet wil problemen oplossen en stilstand doorbreken, maar stuit daarbij op financiële grenzen. «De eerlijke boodschap is: niet alles kan tegelijk», zei Willem-Alexander. «Financieel zijn er duidelijke grenzen, omdat we onze kinderen en kleinkinderen niet met een onverantwoord hoge staatsschuld mogen opzadelen.» Daarom voert het kabinet een begrotingsbeleid «dat de rekening niet vooruitschuift».
Aan het eind van de troonrede kwam de koning terug op de democratie. «Een bekende definitie zegt dat democratie de noodzaak is om af en toe te buigen voor de mening van anderen», zei hij. «Dat is een gedachte om vast te houden.» Daarin ligt volgens hem «de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen» besloten. Dat lost meer problemen op «dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben».
Het was voor de vijfde keer dat de troonrede werd voorgelezen in de Koninklijke Schouwburg van Den Haag. Vanwege de verbouwing van het Binnenhof is de Ridderzaal voorlopig geen optie. Voor koning Willem-Alexander was het de veertiende troonrede die hij voorlas. Voor het kabinet-Jetten was het de eerste. De rede van dit jaar was een stuk langer dan die van vorig jaar: bijna 2900 woorden tegenover 1800 in 2025.