Defensie werkt aan een zogenoemde selectieve opkomstplicht. Daarbij kunnen dienstplichtigen worden opgeroepen als de internationale veiligheid verslechtert of als Defensie er veel taken bij krijgt, bijvoorbeeld van de NAVO. Staatssecretaris Boswijk van Defensie heeft de Tweede Kamer hierover geïnformeerd in een voortgangsbrief.

Bij een selectieve opkomstplicht worden alleen dienstplichtigen opgeroepen die op dat moment volgens Defensie nodig zijn. De opkomstplicht wordt opgedeeld in fases, van het verplicht verstrekken van informatie over geschiktheid tot het verplicht deelnemen aan een keuring en uiteindelijk het in dienst treden als militair. Nu krijgen 17-jarigen al een enquête toegestuurd die ze vrijwillig kunnen invullen. Daar komen vier fases bij die steeds verplichtender worden, afhankelijk van hoeveel en hoe snel Defensie militairen nodig heeft. Naast vrijwillige deelname zijn dat: verplicht de enquête invullen, verplicht reageren op een uitnodiging, verplicht meedoen aan een selectie en als uiterste verplicht in dienst treden.

Het is niet de eerste keer dat de selectieve opkomstplicht ter sprake komt. In maart van dit jaar debatteerde Boswijk er al over met de Tweede Kamer. Onder andere GroenLinks-PvdA en de SP uitten bezwaren. In zijn brief noemt Boswijk het «een zeer gevoelig onderwerp», maar het kabinet vindt het niettemin nodig. Het uitgangspunt blijft dat Defensie werkt met beroepsmilitairen, aangevuld met reservisten op vrijwillige basis. Defensie moet zich echter voorbereiden op situaties waarin dat niet meer voldoende is, aldus de staatssecretaris.

In Nederland bestaat nog steeds dienstplicht voor mensen van 17 tot 45 jaar, maar dienstplichtigen worden niet meer opgeroepen. De opkomstplicht is sinds 1997 opgeschort. In de plannen van Defensie wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving voor het geval dienstplichtigen weer opgeroepen gaan worden. Zo moeten jongeren de keuze krijgen wanneer ze hun dienstplicht vervullen: niet meer verplicht vanaf 18 jaar, maar ergens tussen hun achttiende en zevenentwintigste. De dienstplichtigen krijgen een opleiding van zes maanden: de Nationale Weerbaarheidstraining. In de nieuwe wetgeving komen ook regels voor uitzonderingen, vrijstellingen en gewetensbezwaarden.

Ook moet nog worden uitgewerkt hoe de overheid reageert op mensen die geen gehoor geven aan hun oproep. Boswijk spreekt van «positieve prikkels, sancties, eventuele tegemoetkomingen, rechtsbescherming en de verwerking van persoonsgegevens». Wie weigert dienst te doen, kan dus een straf krijgen. Het wetgevingstraject en de organisatie rondom de selectieve opkomstplicht gaan jaren duren. Tot die tijd wil Defensie met duidelijke opleidingstrajecten en meer oog voor persoonlijke voorkeuren, vaardigheden en opleidingswensen zo veel mogelijk vrijwilligers bereiken.

Boswijk zegt te begrijpen dat het nieuwe plan effect heeft op de samenleving. Daarom wil hij de komende tijd de maatschappelijke discussie voeren en in gesprek gaan met jongeren. Eind september debatteert de Tweede Kamer verder over het onderwerp.

Auteur

Economie

Thomas Bakker — economie, Kernblik.